Wat de Groningse plattelandsgemeente Ten Boer doet, wil het college van Lith ook. Minder kwetsbaar zijn als kleine gemeente, zelf de handen aan het stuur houden én meer geld te besteden hebben.
De plattelandsgemeente Ten Boer heeft, in nauwe samenwerking met de stad Groningen, een middel gevonden om herindeling te vermijden en toch haar kwetsbaarheid te verkleinen. Ze hevelde, op 12,4 voltijdbanen na, per 1 januari 2007 al haar ambtenaren over naar de stad.
Uitvoeringstaken doet Groningen, de regie voert Ten Boer (college, raad en 3 ‘regisseurs’). Model Ten Boer is ‘voor onbepaalde tijd’ aangegaan en functioneert nu een jaar. De tevredenheid is groot. Maar het model is niet zómaar ontstaan en is zeker ook niet zomaar op een andere gemeente toe te passen. Na twee jaar brainstormen wat te doen is er sinds 2005 nóg eens twee jaar gestoken in het voorbereiden en invoeren van het samenwerkingsmodel.
Dat blijkt uit het 116 pagina’s tellende rapport ‘Ten Boer, verrassend in beweging. Hoe een kleine gemeente zelfstandig blijft’. Daarin beschrijft WagenaarHoes Organisatieadvies de lange weg die geleid heeft tot ‘de logische keuze’ van de gemeente Ten Boer. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in Den Haag stak 300.000 euro subsidie in het project, dat een groot experimenteel karakter heeft. De ministeriële commissie innovatie openbaar bestuur InAxis heeft het project begeleidt. Groningen, dat al sinds 1999 de afvalverwerking voor Ten Boer deed, is in het project gestapt “al was het alleen maar om te overtuigen dat de grote stad geen bedreiging is”, zoals burgemeester Jacques Wallage het in de aanloop tegen het Dagblad van het Noorden zei. “Laten we wel zijn: de gemeentelijke herindeling is in de soep gelopen.”
Wat Ten Boer wil: het verhogen van de bestuurskracht, het opheffen van de kwetsbaarheid die ontstond door te veel eenmansafdelingen en het overhouden van geld door een efficiëntere aanpak. Gemeentesecretaris Geert Heiminge van Ten Boer: “Het uitgangspunt is: het moet Groningen niks kosten en ons geld opleveren.”
De échte financiële balans wordt na drie jaar opgemaakt. Heiminge licht toe dat ‘de winst’ momenteel niet de ingeschatte 2 ton, maar zelfs 3 ton is. “Aan Groningse kant is er een klein tekortje” , zegt hij, “maar niet dat we daar nou van schrikken. Het zit ‘m waarschijnlijk in extra overlegkosten.”
InAxis meldt dat eendracht een vereiste is voor succes. “We durven de stelling aan dat invoering van het model niet mogelijk is wanneer de politieke verhoudingen binnen een gemeente zich daar niet voor lenen. Invoering zal bestuurlijk breed gedragen moeten worden.”
Het Platform Shared Services bij de Overheid is een kenniscentrum op het terrein van intergemeentelijke samenwerking en shared services. Het Platform organiseert bijeenkomsten en ondersteunt gemeenten en andere overheden met advies, verkenningen en intervisie.